Naar content

Eén kaart, duizend regels

Waarom parkeren met een gehandicaptenparkeerkaart nog te vaak afhangt van je postcode

Wie met een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) door Nederland reist, zou mogen rekenen op duidelijkheid. De kaart is immers landelijk geregeld en Europees erkend. Toch verandert de praktische waarde ervan vaak zodra je een gemeentegrens oversteekt. “De kaart is wel landelijk geregeld,” zegt Martin Slingenberg van de werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking. “Maar de bruikbaarheid ervan verandert nog te vaak per gemeente.” In de ene gemeente parkeer je relatief eenvoudig dichtbij je bestemming, terwijl je in de andere eerst een kenteken moet registreren, een app nodig hebt of een aparte ontheffing moet aanvragen. Martin pleit voor landelijk dezelfde regels voor gehandicaptenparkeerplaatsen.

Onzekerheid als grootste drempel

Volgens Martin lopen gebruikers van de GPK vooral vast op onzekerheid vooraf. “Mensen weten vaak niet waar ze aan toe zijn,” zegt hij. “Mag je hier gratis parkeren? Moet je betalen? Moet je een kenteken registreren?” Die onduidelijkheid wordt versterkt door digitale versnippering. Gemeenten werken met verschillende apps en systemen, die lang niet altijd aansluiten op de praktijk. “Dan wordt een landelijke kaart in de praktijk afhankelijk van lokale digitale systemen.” En die systemen passen niet altijd bij hoe mensen reizen. “De ene persoon brengt je weg, een ander haalt je op,” legt hij uit. “Voor veel mensen met een beperking is die flexibiliteit noodzakelijk. Dan werkt een systeem dat uitgaat van één vast voertuig gewoon niet goed.” Daarnaast wijst hij op een principieel punt: “Als een inwoner met een GPK wél een bepaalde vrijstelling krijgt, maar een bezoeker met precies dezelfde kaart niet, dan ontstaat rechtsongelijkheid.”

Martin Slingenberg

Martin Slingenberg – werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking

Hoe kon dit ontstaan?

De oorzaak ligt in de manier waarop het systeem is ingericht. De GPK zelf is landelijk geregeld, maar parkeren en handhaving zijn lokaal georganiseerd. Gemeenten hebben daardoor hun eigen oplossingen ontwikkeld. “Daardoor is er geen uniform stelsel ontstaan, maar een lappendeken van lokale regelingen,” zegt Slingenberg. Digitalisering heeft dat volgens hem eerder versterkt dan opgelost. Dan wordt digitalisering niet een hulpmiddel, maar een extra laag waar gebruikers zich steeds opnieuw doorheen moeten werken.

Naar duidelijkheid: één basis, slimme ondersteuning

De oplossing begint volgens Martin bij duidelijkheid. “Mensen moeten niet meer per gemeente hoeven uitzoeken wat hun kaart nog waard is,” stelt hij. Er is behoefte aan een landelijk basiskader dat bepaalt wat overal geldt. Gemeenten mogen daarbij best eigen beleid voeren, maar niet onbeperkt. “Die ruimte mag niet leiden tot structurele drempels of rechtsongelijkheid.”

Ook digitalisering moet volgens hem anders worden ingericht. “Een landelijke kaart vraagt om een landelijke digitale lijn. Anders digitaliseer je vooral de versnippering.” In dat licht kan ParkerenPlus een positieve rol spelen. Het idee om gemeenten en gebruikers in één systeem samen te brengen noemt hij “logisch en waardevol”, juist omdat het kan bijdragen aan meer overzicht en gebruiksgemak.

Tegelijkertijd plaatst hij een duidelijke kanttekening. “Zo’n systeem mag nooit het recht zelf vervangen. Het moet ondersteunend zijn, niet bepalend.” De gehandicaptenparkeerkaart moet dus altijd blijven werken, ook zonder app of registratie. “Eerst de rechten en de basisregels landelijk op orde, daarna een systeem dat het gebruik vereenvoudigt.”

Naar een eerlijk en werkbaar systeem

Hoe ziet een toekomstbestendig systeem eruit? Volgens Martin begint dat bij een simpel uitgangspunt: “Een officiële gehandicapte parkeerkaart moet in heel Nederland een duidelijk en betrouwbaar basisrecht geven. Dat vraagt om eenduidige regels, gelijke behandeling en oplossingen die aansluiten op de praktijk. Een systeem mag niet uitgaan van een ideale wereld waarin iedereen digitaal vaardig is en steeds met hetzelfde voertuig reist.”

De kern is helder: minder versnippering, meer duidelijkheid en technologie die ondersteunt in plaats van belemmert.

“Pas dan sluit het echt aan op de bedoeling van de gehandicaptenparkeerkaart: mobiliteit mogelijk maken in plaats van ingewikkelder maken,” besluit Martin.