Telefonische helpdesk Parkeren Plus biedt vangnetfunctie voor GPK-houders
Om de toegankelijkheid van parkeren voor mensen met een beperking te verbeteren, hebben SHPV en de RDW vorig jaar de Parkeren Plus-app gelanceerd. Naast de app, was de wens van veel gemeenten om ook een telefonische helpdesk te hebben. Daarom koos SHPV ervoor om de samenwerking aan te gaan met Coöperatie ParkeerService, zodat alle GPK-houders zorgeloos kunnen parkeren. Het contract is inmiddels met een jaar verlengd.
Met de lancering van de Parkeren Plus-app is een belangrijke stap gezet in het digitaliseren van het GPK-parkeerrecht (Gehandicaptenparkeerkaart). Een deel van de doelgroep vond een DigiD invoeren echter een flinke hobbel, waardoor zij niet konden parkeren. Coöperatie ParkeerService, een parkeercoöperatie van en voor gemeenten, neemt dit jaar weer het Centraal Loket voor haar rekening – een telefonische helpdesk die gebruikers ondersteuning biedt.
“De meeste bellers willen hun kenteken aanmelden voor een parkeersessie,” vertelt Alwin Lanjouw, Productspecialist Parkeerrechten bij Coöperatie ParkeerService. “Ze geven simpelweg door in welke straat ze geparkeerd staan, en wij regelen de rest. Binnen twee à drie minuten is alles geregeld. Voor deze doelgroep betekent dat echt een zorg minder.” Daarnaast ondersteunt de helpdesk ook bij complexere vragen. ”We koppelen kentekens, geven uitleg over het doel van Parkeren Plus, de werking van de app of over de gemeentelijke regels”, voegt Robin de Wit, Manager Parkeerrechten bij de coöperatie toe. “In gemeenten waar we verantwoordelijk zijn voor de uitgifte van GPK’s – zoals Amersfoort – verzorgen we zelfs het verwerken van machtigingen en kentekenwijzigingen op basis van een houdersverklaring.”
De samenwerking met gemeenten en SHPV verloopt volgens Robin de Wit vlot. “Tijdens de voorbereidingen voor de uitrol in een gemeente nemen we goed de lokale uitzonderingen op de parkeerregels door, zodat we niet voor verrassingen komen te staan. De parkeerregels kunnen namelijk per gemeente verschillen. We schakelen snel door de korte lijnen die we met elkaar hebben. Zo tackelen we eventuele problemen meteen.” De coöperatie monitort in de eerste maand de telefonische drukte nauwkeurig. “Als blijkt dat bepaalde vragen vaak terugkomen, stemmen we met elkaar af wat de beste oplossing hiervoor is”, gaat De Wit verder.
“We bespreken ook hoeveel GPK-houders aangeschreven worden, zodat wij hierop in kunnen spelen en bij kunnen schalen wat betreft de bezetting”, valt Lanjouw bij. Het aantal telefoontjes neemt doorgaans snel af. “Na de eerste piek blijft vooral de groep bellen die minder digitaal vaardig is. Voor hen blijft het Centraal Loket een belangrijke vangnetfunctie houden”, concludeert hij.
